Ik kan niet iedereen helpen

Ik kan niet iedereen helpen

Indigentes, flojos, geef ze een naam: mensen die zwerven en hulpbehoevend zijn. Het zijn er steeds meer in Mexico lijkt het wel. Soms zien ze er niet uit en ruik je ze voor je ze ziet, soms proberen ze te werken voor een beetje geld, omdat ze hun zelfrespect door armoede en tegenslag nog niet helemaal hebben laten uitvlakken. En soms liggen ze gewoon te slapen midden op de stoep. 

Althans, ik hoop dat ze slapen, want ik zou niet kunnen slapen zo op de harde grond die momenteel vooral in de ochtenden best kil is, en midden tussen de enorme drukte op straat. Maar ik hoop dat als zo'n persoon wakker wordt, hij blij verrast is met het ontbijtje wat ik neerzet. Het is niet veel, dat besef ik, een voorverpakt vers broodje, een flesje drinkyoghurt met granen. Dat lijkt me toch een stuk prettiger wakker worden als je zo'n zwaar leven hebt dan wanneer je overeind krabbelt en je kartonnen bed oppakt om weer langs de straten te moeten zwerven. 

Ik zou willen dat ik ze allemaal kan helpen, maar het worden er elke dag meer lijkt wel. Zeker toen de grens met de VS dicht ging was er een explosie van hele gezinnen bijvoorbeeld,  die dan in het muziektentje op het plein een huisje bouwden, of een leeg pand betrokken, of onder een boom een zeiltje spanden. Die komen wel op de radar van de Immigratiedienst en krijgen hulp. Maar die eenzame vrouw die al weken stinkend door de stad loopt, in haar BH en met haar vettige haar vol klitten en die man die elke keer bij het winkelcentrum in een hoekje ligt, en die andere die op de Malecon zit en zich wast in zee, een flink stuk buiten het toeristengebied, want daar zorgt de politie wel voor: dat de toeristen dit niet zien, die mensen, die krijgen geen actieve hulp. Ze zijn vaak oud, het leven zat duidelijk tegen, gezien hun staat van bestaan, ze zijn te ver heen om nog te werken als ze dat al zouden willen. 

En ze leunen zwaar op de vrijgevigheid van mensen. Zo anders dan de zwaar gehandicapte Flora die rozen verkoopt bij het kruispunt. Elke dag zit ze daar in de brandende zon in haar rolstoel en duwt iemand haar geduldig langs de auto's terwijl ze bestuurders er van probeert te overtuigen een roos te kopen, of Hernan die vorige week aan de deur stond met een schoffel en een hark of hij de tuin mocht doen. Maar ik heb geen tuin, ik gaf hem wat te drinken en een zelfgebakken koek. 

Ik kan ze niet allemaal helpen. En voor veel mensen, zeker de lokale bewoners, lijkt het alsof ik een rijke stinkerd ben die komt profiteren van een goedkoop land wat allang niet meer goedkoop is, want daarom vallen er zoveel van de wagen en belanden tussen de wal en het schip. Maar ik ben geen rijke stinkerd, er is hier in Mexico wel degelijk een eind aan mijn geld elke maand.

Als ik "nee" zeg tegen de notoire toeristenbedelaars word ik uitgescholden voor "pinche gringo". Maar dat boeit me niet, als ze me een dag of twee later alweer vergeten zijn herinner ik ze aan hun eigen woorden. Dat ik die "pinche gringo" ben van eergisteren. Dan lopen ze boos weg. Zij zijn de uitbuiters, zij hebben geen opgehouden hand nodig om in leven te blijven, ze dragen veel te mooie schoenen en stappen later in een veel te mooie auto. 

Maar die onzichtbare man of vrouw, waar iedereen overheen stapt, die geweerd wordt uit het toeristengebied, dat is de mens die mijn hart breekt. En het zijn er steeds meer, ik zag ze in kleine dorpen, wonend in kartonnen huizen, ik zag ze meer en meer naarmate ik dichter bij de grens met de VS kwam, en nu, nu ik in een soort blinde darm van Mexico verblijf, zie ik er ook veel te veel. Misschien wisten ze niet toen ze omkeerden bij de grens dat ze een doodlopende straat inliepen? Of hoopten ze nog schoon en fit Cabo te bereiken en daar te gaan werken aan de "goudkust"? Misschien is het wel lokale bevolking die zowel in de maatschappij als in hun hoofd de weg zijn kwijtgeraakt en geen kinderen hebben die voor ze zorgen? 

Ik ken de verhalen niet achter de gezichten. Ik ken de gezichten wel. Maar ik kan ze niet allemaal helpen, en sommigen zijn letterlijk ook adembenemend, daar kun je echt met de beste wil van de wereld geen 5 tellen naast staan zonder te kokhalzen. Ik niet tenminste. Maar ik kan wel terloops wat eten schuiven. Geen geld, nooit geld, geld gaat op aan alcohol en drugs en hoewel het vergetelheid biedt, helpt het ze niet omhoog maar drukt het ze nog verder in de problemen. 

Foto: bankje in Oaxaca Stad, Oaxaca, Mexico
Posted on