Een jaar geleden parkeerde ik mijn motor in Oaxaca, Mexico

Een jaar geleden parkeerde ik mijn motor in Oaxaca, Mexico

Vandaag kijk ik even nostalgisch terug. Als lezer van dit blog maak je ook samen met mij het proces van loslaten van mijn nomadisch leven mee en daar hoort herinneringen ophalen bij. IK vind het leuk om terug te kijken in mijn digitale dagboeken: wat deed ik vorig jaar op deze dag? En vijf jaar geleden? En 10 jaar geleden? Toen was ik net geëmigreerd en zat in in de Filipijnen. In Dumaguete om precies te zijn, op het eiland Negros. 

Maar nu zit ik in La Paz, en ik kijk terug op mijn laatste motorreis. Ik heb vorig jaar een geweldig bezoek gehad aan Orizaba, wat een leuk stadje, dat kan ik echt aanbevelen. Ik had een fijn hotel, de motor stond in de parkeergarage en alles was op loopafstand. Ik dwaalde langs het spoor wat dwars door de stad liep en langs de rivier waar op de oevers over de afstand van enkele kilometers een dierentuin is gevestigd. En ik bezocht de botanische tuinen, en zat heerlijk op terrasjes in het oude centrum. En op 1 juli verruilde ik Orizaba voor Oaxaca. Een prachtige bergrit, zonnetje, blauwe lucht, geen vuiltje aan de lucht. 

Tot Arnan in Orizaba heel ziek werd en ik de dag erna ook. Iedereen op mijn facebook brulde "Moctezuma's Revenche! maar dat was het niet, het was een parasiet, opgelopen in het eerder bezochte Catemaco. Het hotel in Oaxaca lag op een berg net buiten het oude centrum elke dag zwoegde ik die berg op, en de helling naar het hotel was zo steil dat taxichauffeurs extra geld vroegen voor de rit. Ik herinner me dat we aankwamen, en dacht WTF!!! Vanuit het hotel die steile helling donder je zo de snelweg op. Maar daar moet je eerst van afslaan, 4 rijbanen over en dan die helling op. Het vereiste wat motorrij-skills, een beschermengel en engelengeduld om die afslag te nemen met genoeg vaart voor de aanzet van de helling die bestond uit rivierkeien. Niet rijdt ellendiger dan rivierkeien. Werkelijk wat een plek voor een hotel. En als je dan denkt: heb je mooi uitzicht J, niet zo zeuren.......geen uitzicht, omzoomd door bomen. 

Het was niet zo'n fijn hotel, kakkerlakken, sacherijnig personeel en dus elke dag die steile helling op en af. 

We waren al eerder in Oaxaca geweest maar toen deed de wereld nog spastisch met Covid enzo, halve lockdowns, afgezet centrum, dus we kregen een vertekend beeld van de stad. Vandaar dat we er deze keer nog een keer langsgingen. Was het echt zo leuk? Of is het gewoon een saaie stad met alweer een plein en een kerk en teveel toerisme?

Oaxaca biedt niet veel moderne luxe voor een stad. Het is een beetje achtergebleven gebied. En er is net teveel toerisme wat over de hele stad uitgestrooid is zoals je chocolade sprinkels over een taart uitstrooit, er is geen ontkomen aan tenzij je in de hele arme delen van de stad wilt wonen tegen de berghellingen op. 

We aten bij een Indiër, best lekker, tot we ziek werden dus. Daarna aten we niet meer. We bezochten kerken en wandelden door de straten die bekend waren en toch vreemd want nu was het druk. We deden nog een keer het museum en zaten vooral veel op terrasjes. Want: uneasy feel in ons lijf, snel moe, heel snel moe. We dachten dat het door de hoogte kwam, en het zuurstof tekort. Maar het waren allemaal tekenen aan de wand van de shit storm die zou komen. 

Een letterlijke shit storm. 

Maar Oaxaca blijft en leuke plek, als je een beetje door het toerisme heenkijkt en houdt van oude steden, het is redelijk gerestaureerd, veel beter dan bijvoorbeeld Campeche of Merida, waar heel veel gevels nep zijn omdat er niks achter zit. Hier is alles functioneel. 

En dat geeft een leuke vibe. Zou ik er willen wonen? Dat is de vraag die ik mezelf stelde, want vorig jaar was dat nog de vraag: waar zouden we willen wonen? Het antwoord was "nee". De stad biedt niet wat wij zoeken. Het biedt niet de mogelijkheid om toeristen te ontlopen, en het is in het centrum te vol, te druk en veel te duur. 

Dus we trokken weer verder met heel veel Imodium in onze bagage. Op weg naar Puebla. 

Het is leuk terug te kijken en soms ben ik een beetje jaloers op mijzelf: kon ik maar eeuwig blijven reizen, ik ben geen blijver, ik ben meer een trekker. Ik vond mijn nomadisch leven geweldig, het had ook B-kanten hoor, maar nu, wetende dat dat deel van mijn leven achter me ligt is het geromantiseer van die levensstijl al begonnen, herinner ik me alleen de voordelen. 

Ik zie mijzelf als een bevoorrecht mens, op mijn 17-de vertrok ik voor een tweejarige rondreis over het Zuid-Amerikaans continent, langs alle kuststeden. Ik voer door het Panama Kanaal en de straat van Magellaan. Zag bijna alle Caribische eilanden, en de hele UK,  waar ik rondreisde tot en met Ierland waarna ik via de Azoren naar Barbados voer. En op mijn 54ste begon ik aan een reis die 10 jaar mocht duren, op de motor notabene. 

Echt, ik ben een bevoorrecht mens. 

Foto: Oaxaca de Juarez, Oaxaca, Mexico 
Posted on